
Zilverwerk
Wij zien dat Van Iersel geen loopje met de kunst nam terwille van de opdracht. Het ontwerp is ernstig en onvervaard modern; het ontvouwt geen plechtig prentenboek, maar poogt, in de taal van nu, te belijden wat voor de gemeenschap der Christenen het enige tijdloze en de enige zin van deze wereld is.
In elk opzicht is Ger van Iersel geslaagd. Hij heeft zijn idee inderdaad tot schilderkunstige schoonheid uitgewerkt. Bijvoorbeeld:









In de kluizen van de Lutherse Gemeente bevinden zich diverse avondmaalsstellen, doopbekkens en doopkannen, kandelaars en borden.
Het merendeel is zilver (er is ook wat tin bij en er zijn ook pleet schalen en persoonsbekertjes) en dateert voornamelijk uit de tijd van de kerk aan de Wolfshoek. Ook zijn er voorwerpen van de gesloten Lutherkapel in West. Een avondmaalstel uit de voormalige kerk te Rotterdam Zuid, de Vaste Burchtkerk, is er niet meer. Dit werd later aan een gemeente in Zuid-Afrika geschonken.
Bijzonder is dat de wijnkan uit de in 1953 opgeheven gemeente Brielle-Hellevoetsluis zich in deze kluizen bleek te bevinden.
Alles beschrijven kan niet, we bekijken de meest opvallende zilveren voorwerpen die bijna allen door Rotterdamse zilversmeden vervaardigd werden.


En andere — geschulpte — doopschaal met ebbenhouten knop op het deksel was in gebruik in de Lutherkapel. Deze werd vervaardigd in 1931 door de fa H.M. Mansvelt te Rotterdam. De firma Mansvelt was aan het einde van de 19e eeuw gevestigd aan de Oppert. Zij was destijds opgericht door Marius Mansvelt die op 29 oktober 1885 te Hillegersberg huwde met Maria E.A. Diederik. Hun zoon zette later de zaak voort en is de vakman die deze scaahl maakte. De zaak bevond zich rond de tijd van de vervaardiging van de objecten die de Lutherse gemeente in haar bezit kreeg, dus rond 1930, inmiddels aan de Prinsenstraat.
Van het eerste exemplaar zegt de rondlopende gravering in de schaal zelf: Vereert door Johannes de Jong als ouderling Ao 1716. In het midden is een duif afgebeeld die sterk aan het (tweede) zegel doet denken met eronder een banderol met de tekst `Pax vobis'. Deze tazza werd vervaardigd te Rotterdam, mogelijk door Hendrik van Beest een jaar kan daar niet aan verbonden worden. Rond de naam en de naamgenoot van Hendrik van Beest zijn verschillende en soms controversiële gegevens bekend. Aangenomen wordt dat de man die dit werk maakte in 1680 geboren was en gehuwd was met Wilhelmina van den Heuvel. Hij woonde aan de Delftsevaart de Krattenbrug. Naast goud- en zilversmid was hij ook kashouder en juwelier. Hij overleed in1772.
Een tweetal andere tazza's draagt een andere tijdsaanduidingen. Zij dateren waarschijnlijk uit 1736. Ook hier zijn (evenals de bovengenoemde duif en de ook weer aanwezige banderol) in de schaal gravures opgenomen:

De avondmaalsschotel dateert uit 1859 en van de twee borden dateert er een uit 1859 en een uit 1870 uit is zilveren exemplaren. Deze werden allen gemaakt door de eerder genoemde fa P. Zöllner & W.N. Beijder te Rotterdam.
Er is een kleine kan met op de voet het opschrift: Lutherse Gemeente van Hellvoetsluis Ao 1802. Het is zeer waarschijnlijk dat Hendrik Vrijman uit Rotterdam deze kan in 1802 zijn atelier liet vormen. Van deze zilversmid weten we dat hij uit Den Haag afkomstig was en in 1813 overleed.
Opvallender is een grote kan waarvan het handvat met wijnranken en het deksel met een druiventros versierd is. De buik heeft geciseleerde medaillons. Als de voorganger rechtshandig is heeft die het zicht op het medaillon met de tekst Aangeboden 19 December 1858 , de gemeente heeft het zicht op het tekstvlak: Verkondigt den dood des Heeren totdat Hij komt. 1 Cor 11: 26b. De jaarletter ontbreekt maar het opschrift helpt bij de benadering van het fabricagejaar. De kan draagt het teken van de ons inmiddels bekende P. Zöllner en W.N. Beijder uit Rotterdam. Deze kan is een geschenk van ds J.H. Brandes en zijn leerlingen en werd op de genoemde datum voor het eerst gebruikt.
Een andere avondmaalskan waarvan het deksel (met ebbenhouten knop) de jaarletter van 1930 en de kan van een jaar later draagt, komt in ontwerpstijl en uitvoering overeen met het eerder beschreven doopbekken. Hoewel het meesterteken ontbreekt is deze kan vanwege deze gelijkenis toegeschreven aan de fa H.M. Mansvelt te Rotterdam. Zij was in gebruik in de Lutherkapel.
Het eerste een twee-tal is, hoewel de formaten prachtig overeenkomen, verschillend gedecoreerd en is rond 1850 te dateren.
Midden op de eerste beker staat gegraveerd: Ter Gedachtenis der vijftigjarige gang aan de tafel des Heeren op den 1s Paaschdag 1848 in de Evang.Luth. Gemeente te Rotterdam. (Met de naam waarvan ik denk dat de initialen luiden:) I.E.I. Feldhusen.
Het zilverteken van de Rotterdammers J. Lang en C. Koops en de jaarletter 1848 tonen de artistieke herkomst. Dit atelier bevond zich aan de Mannenlaan (Generaal van der Heydenstraat). Toen in 1864 Lang geen partner meer was werd dit atelier bekend onder de naam Koops & Zoon.
Twee jaar later werd er weer een beker geschonken. Op deze beker treffen we een medaillon aan -met een omlijsting van een soort rocailles- waaronder een zwaan gegraveerd is. In dat medaillon lezen we: Ten Geschenke gegeven aan de Evang.-Luth. Gemeente te Rotterdam door E.J. Besler 1850. De jaarletter is 1850 en verder vinden we ook hier het teken van de ons bekende P. Zöllner & W.N. Beijder uit Rotterdam.
Vier andere bekers blijken bij elkaar te horen: zij dragen allen het teken van P. Zöllner & W.N. Beijder uit Rotterdam en dezelfde jaarletter: 1858.
Zij passen in vormgeving en datering uitstekend bij de grote wijnkan terwijl echter ook de thematiek van de -veel oudere- ouwelschalen terugkomt: de duif die aan het zegel doet denken samen met de banderol met de tekst `Pax vobis'. Het onderscheid wordt getoond door de verschillende gegraveerde teksten:
Twee kandelaars van mogelijk Duitse makelij rond 1886.
Een strakke vrij hoge vaas Koninklijke Begeer b.v. te Voorschoten / Zoetermeer met de jaarletter 1947.